Blog

Aan de slag met IMVO risicomanagement/Due Diligence

In juni dit jaar hebben verschillende partijen uit de voedingsmiddelenbranche het IMVO convenant voor de voedingsmiddelensector getekend. Het motto van mijn bedrijf Foodimpct is ‘Foodimpct, voor een duurzamere food sector’; ik ben dan ook erg blij met dit convenant!

In het convenant is afgesproken dat bedrijven een IMVO risicomanagement uitvoeren. Het doen van IMVO-risicomanagement is een verantwoordelijkheid van ieder bedrijf. Niet alleen de koplopers of de grote bedrijven zijn aan zet, dit convenant spreekt àlle bedrijven in de voedingsmiddelenbranche aan stappen te zetten.

Dus ook u bent aan zet.

Wat houdt het in?

De afspraak is dat ieder bedrijf binnen 2 jaar (dus tm juni 2020) een risicoanalyse uitvoert op de gehele supply chain. Deze risico analyse gaat niet over risico’s voor het eigen bedrijf, maar over risico’s op mens, dier en milieu door de hele keten. Na het in kaart brengen van deze risico’s wordt een plan gemaakt deze te voorkomen dan wel te verminderen. Hierover wordt jaarlijks een verantwoording gegeven. Dit wordt ook wel due diligence genoemd. Doel is om te komen tot een continu verbeterproces op het gebied van duurzaamheid.

Hoe kan ik hier het beste mee aan de slag?

U kunt natuurlijk vanaf scratch beginnen, hiervoor zijn diverse stappenplannen te vinden op internet, bv bij de SER en bij het FNLI. Maar handiger en minder tijdrovend, vooral op langere termijn, is het om het onder te brengen in een bestaand systeem:

Bestaand MVO Beleid: Heeft u al een MVO beleid ingevoerd? Dan sluit u het IMVO risicomanagement hierop aan. Een visie op MVO heeft u dan al geformuleerd. En veel risico’s zullen bij het opstellen van het beleid al in kaart gebracht zijn. Door deze uit te breiden voor de hele supply chain en er een verbeterplan op te zetten, komt u al een heel eind.

ISO systemen: Omdat het uiteindelijk een continu verbeterproces is sluit het goed aan bij ISO systemen. Door deze uit te breiden met IMVO neemt u het vanzelf mee in uw jaarlijkse management review.

Risico’s in kaart brengen

Hoe vindt u nu die risico’s? Daar zijn verschillende manieren voor, hier wat suggesties:

– Risicochecker: op de site MVOrisicochecker.nl zijn risico’s per land en per grondstof in kaart gebracht.

– SDG’s: De Sustainable Development Goals kunnen ook gebruikt worden om risico’s in kaart te brengen: de SDG’s kunnen als leidraad gebruikt worden om te bepalen welke issues aangepakt dienen te worden.

Stakeholder analyse: Check bij b.v. NGO’s, klanten, leveranciers, brancheverenigingen en overheden welke risico’s zij zien.

Focus op leefbaar loon en food waste

Na het in kaart brengen van de risico’s is het zaak prioriteiten te stellen. Wat is het grootste dan wel meest urgente risico? Waarop heeft u het meeste impact? In het eerste jaar van het convenant wordt de focus gelegd op leefbaar loon en food waste. Dus als u hiermee te maken heeft, neem dit dan mee bij u prioritering.

Overgaan tot actie

Uiteindelijk gaat het om deze stap: actie nemen en stappen zetten. Hoe kunt u uw negatieve impact verkleinen en uw positieve impact vergroten? U stelt hiervoor doelen op en legt verantwoording af over de voortgang.

U hoeft het niet alleen te doen. Sterker nog: hoe meer samenwerking met de keten en de branche, hoe meer impact u kunt hebben. Inventariseer wat uw leveranciers en branchegenoten al doen en maak gezamenlijk een plan van aanpak.

Ik wens u veel succes met uw due diligence traject

Wilt u hier meer over weten? Volg dan de workshop ‘Aan de slag met IMVO Risicomanagement’

 

In gesprek met Tony’s Chocolonely

Geld verdienen met duurzaamheid kan. Dat bewijst bijvoorbeeld Tony’s. Met hun heerlijke, slaafvrije chocolade veroveren ze de Nederlandse markt. Al is geld verdienen niet het doel, daarover later meer.

De afgelopen 2 weken had ik het genoegen met 2 Tony coryfeeën kennis te maken: Henk Jan van de Belt bij de ledendag van Innofood en, meer persoonlijk, Henk Veldman tijdens een inspirerende sessie vanuit mijn opleiding bij Nyenrode. Daar mochten we hem het hemd van het lijf vragen. In deze ‘In gesprek met..’ fragmenten uit beide bijeenkomsten:

Wat is jullie werkwijze in het streven naar slaafvrije chocolade?

We werken alleen samen met coöperaties van chocoladeboeren. Zo heb je controle over met wie je zaken doet. Boeren krijgen in de huidige markt geen eerlijke prijs en leven daardoor vaak in armoede. En vanuit armoede komt vaak kinderarbeid voort en in de ergste gevallen moderne slavernij. Tony’s Chocolonely betaalt de coöperaties een extra premium bovenop de inkoopprijs en bovenop de FairTrade bijdrage. Met die extra premium komen de boeren wel op een leefbaar inkomen.

Jullie werken alleen samen met coöperaties, terwijl het probleem van moderne slavernij/ kinderarbeid meer ligt bij de kleine, alleen werkende boeren. Waarom is dat?

Om slaafvrije chocolade te maken moet je eerst werken met boeren die het goed doen. We gaan komend jaar wel een pilot opzetten met kleinere boeren: door die meer te betalen hoeven ze hun kinderen niet op de plantages te laten werken.

Hoeveel van de consumenten eet jullie chocolade vanuit jullie missie ‘op weg naar slaafvrije chocolade’?

We proberen onze missie zoveel mogelijk uit te dragen. We maken bv geen reclame voor verkoop van onze reep, maar we dragen bij uitingen steeds onze missie uit. Daarnaast is ook de indeling van de reep zelf een verwijzing naar onze missie: een ongelijke verdeling van de opbrengsten van chocolade. Ongeveer 60% van onze consumenten kent onze missie. Naarmate we groeien zal dat misschien minder worden, maar hoe groter we worden hoe meer impact we hebben.

Is jullie chocolade op dit moment 100% slaafvrij?

Dit is nog steeds moeilijk te bewijzen. Sinds dit jaar is de keten volledig traceerbaar door de aanschaf van een aparte silo voor cacaoboter bij onze chocolade producent. De garantie voor volledig slaafvrij komt daarmee weer een stukje dichterbij.

Teun van de Keuken, de initiatiefnemer van Tony’s Chocolonely,  is in de media nogal kritisch op jullie resultaat van jullie missie. Heeft hij gelijk en hoe gaan jullie hiermee om?

Teun zet vraagtekens bij de impact die we hebben op de hele chocolade keten. Die is nog gering, de industrie volgt ons initiatief nog nauwelijks.
Onze eerste focus lag op ‘creating awareness’: weet iedereen dat voor de chocolade die ze eten slaven zijn gebruikt? Daarna op ‘Lead by Example’: geef het goede voorbeeld. Onze 3e pilaar ‘Inspire to act’ gaan we nu serieus oppakken.

Hoe inspireren jullie de rest van de industrie om mee te gaan met jullie missie?

De beste manier is om te laten zien dat de consument warm loopt voor slaafvrije chocolade. Dus onze groeicijfers zijn zo een inspiratie voor de markt. Daarnaast dragen we onze 5 principes uit voor slaafvrije inkoop. (zie hier de 5 principes van Tony’s)

Wat is hierbij het streven? Dat ze jullie systeem gaan gebruiken? Is een premium betalen niet een heel kunstmatige oplossing die alleen maar kan bij kleinschaligheid?

Iedereen moet hier zijn eigen weg in vinden. Ons doel is de markt te inspireren door het goede voorbeeld te geven en te laten zien dat slaafvrije chocolade mogelijk is. Wat veel bedrijven nu doen is de boeren trainen. Onze ervaring is dat dat niet helpt: ze weten wel wat ze moeten doen, maar hebben de middelen er niet voor.

Zijn de andere ingrediënten die jullie gebruiken ook duurzaam?

We focussen op onze chocolade, dat is onze missie. De rest van de ingrediënten moet wel aan bepaalde minimum vereisten voldoen zoals slaafvrij en FairTrade.

Er wordt jullie wel verweten te commercieel te zijn, wat is daarop jullie reactie?

Wanneer je impact wil hebben, heb je een bepaald volume nodig. We hebben dan ook het streven om te groeien. Hoe meer chocolade we afzetten, hoe meer boeren we kunnen helpen. Geld verdienen is daarbij dan ook niet het streven, wel onze impact vergroten.

Top 5 stappen in duurzaamheid levensmiddelenindustrie

‘Wij hebben alle verlichting vervangen door LED’, ‘Wij printen nu veel minder’ en ‘we hebben een certificaat op onze cacao’. Dit zijn vaak de eerste stappen bij bedrijven die beginnen met duurzaamheid. Maar hebben ze daarmee de echte impact te pakken? Of zijn dat gewoon de meest voor de hand liggende en makkelijke stappen?

Voor beter inzicht heb ik de Top 5 stappen in duurzaamheid voor de  levensmiddelenindustrie vastgesteld. Zie hier waar je  écht de meeste impact mee kunt bereiken:

1 Voorkomen van food waste

De 1e stap is voorkomen van food waste. Misschien niet direct de eerste gedachte bij klimaatverandering, maar eten en drinken zorgt voor 20 tot 30 procent van onze klimaatbelasting. En 30% van alle voeding wordt verspild. Vooral door de consument thuis, maar ook in de levensmiddelenindustrie. Voor een groot deel bij de verwerking, namelijk 18%:

- Landbouw/ productie: 9%
- Verwerking (levensmiddelenindustrie) 18%
- Transport 3%
- Distributie (supermarkt, horeca): 11%
- Huishoudens: 51%

Bron: Voedselverspilling, de voedseluitdaging eXKi januari 2016

Een groot deel hiervan komt door strenge normen op uiterlijk, terwijl de grondstoffen verder goed zijn.

Ook te grote voorraden spelen een grote rol: bij wijziging van de productieplanning gaan de grondstoffen over de THT. Door langere opslag worden de grondstoffen ook eerder aangetast, bv door vocht of ongedierte.

Hoewel meestal niet tot food waste gerekend, is ook het weggooien van niet eetbare reststromen verspilling: deze kunnen elders ingezet worden, vaak ook in de levensmiddelenindustrie. Zo kunnen niet eetbare plantenresten omgezet worden in cellulose-toevoegingen.

Op de verspilling thuis kan de industrie ook veel impact hebben. Door bv. het verlengen van de THT datum, goed doordachte verpakking (bescherming, hersluitbaar en goed leeg te maken) en tips voor verwerken van restjes.

“Top 5 stappen in duurzaamheid levensmiddelenindustrie” verder lezen

Duurzame eieren: Hoe beter voor de kip, hoe slechter voor het milieu?

Scharrel, vrije uitloop of biologisch?

Scharrel/ vrije uitloop / biologisch. Van links naar rechts steeds duurzamer, zou je denken. Het Beter Leven Keurmerk van de dierenbescherming geeft hier de bekende sterren aan. De naam van het keurmerk zegt het al: het gaat over een beter leven voor de kip. Maar hoe zit het met de andere aspecten van duurzaamheid, bv het milieu?

De huidige keurmerken voor duurzame eieren zijn gericht op diervriendelijkheid. Het BLK keurmerk bevat geen andere duurzaamheids-eisen dan beter leven. Biologisch klinkt milieuvriendelijk, maar ook hier zijn de regels vooral gericht op diervriendelijkheid, behalve een paragraaf over kunstmest en bestrijdingsmiddelen voor o.a. het voer (Zie Skal).

Hoe beter voor de kip, hoe slechter voor het milieu.

De genoemde keurmerken zeggen dus weinig over het milieuaspect. Sterker nog: hoe meer vrije ruimte voor de kip, hoe slechter voor het milieu!

“Duurzame eieren: Hoe beter voor de kip, hoe slechter voor het milieu?” verder lezen

Jaarprijs Goede Voeding

Jaarprijs Goede Voeding: het QM intelligence juryrapport

Maza’s houmous met 50% minder zout, het pureersoeppakket van Albert Heijn/ Koninklijke Vezet of de Veggie shoarma reepjes van Jumbo? Op donderdag 5 april werd tijdens het Food Future Event de Jaarprijs Goede Voeding 2018 uitgereikt. Een prijs voor het product dat het meeste bijdraagt aan het verbeteren van het voedingspatroon van de Nederlandse bevolking. De pureersoep won. Terecht?

Lees verder op Blog QMi Jaarprijs Goede Voeding

Door Imke Houben

Wilt u voor uw productportfolio weten hoe uw voedingswaarde scoort ten opzichte van de markt? Vraag dan voedingswaarde advies op maat aan.

Dilemma: Wel of geen biologisch afbreekbare verpakkingen?

Mars kwam vorige week met het bericht dat ze overgaan op biologisch afbreekbaar plastic voor de wikkels. (zie nederlandvoedselland.nl)

Mars brengt jaarlijks miljoenen chocoladerepen op de markt. Het overgrote deel van die wikkels daarvan verdwijnt in de verbrandingsoven. Het nieuw ontwikkelde plastic is vervaardigd uit aardappelzetmeel, een restproduct uit de aardappelverwerkende industrie. De verpakkingen kunnen zo bij het GFT afval, aldus Mars.
Nestle is trots met het resultaat: een restproduct nuttig ingezet, geen afval voor de verbrandingsoven en geen olie als grondstof nodig.

Goed bezig dus! Of toch niet?

De afvalverwerkende industrie denkt daar heel anders over: In dezelfde week verscheen het artikel ‘Biologisch afbreekbare plastics leveren geen meerwaarde voor circulaire economie’ (zie agf.nl). “Dilemma: Wel of geen biologisch afbreekbare verpakkingen?” verder lezen